De kwestie





Wat is beter: monopolie of marktwerking?


KPN Telecom wordt verder afgeslankt en TNT Post opgesplitst in TNT Express en Post NL. De resten van wat ooit een staatsmoloch was.

In de jaren zeventig en tachtig nam je telefoon, geen provider. Er was ten slotte maar één aanbieder: de PTT (Posterijen, Telegrafie, Telefoon). Die deed ook de postbezorging, was eigendom van de RAC (Rijks Automobiel Centrale) en had zelfs een bank, de Rijkspostspaarbank en Postcheque en Girodienst. Er was één topman die directeur-generaal werd genoemd en een fatsoenlijk ambtenarensalaris kreeg maar geen bonus. Hij werd ook nog verordonneerd naar Groningen te gaan, zodat mensen uit de veenkoloniën ambtelijke functies kregen.
In totaal werkten bij de PTT toen 100 duizend mensen, waaronder 19 psychologen in vaste dienst. Wie telefoon nam, kreeg bezoek van een PTT-monteur die een zwart bakelieten toestel in de muur schroefde, maar niet de kalk opveegde en de mat weer terug legde.
Postbode was een respectabel beroep. Toenmalig staatssecretaris van Verkeer Michel van Hulten (PPR) had een toekomstvisie waarbij de functie van postbode verder zou worden aangekleed. Hij zou een manusje-van-alles moeten worden dat ook cheques zou verzilveren, meterstanden opnemen en contributies ophalen. Maar de PTT besloot met de introductie van groene bussen en postcodes de functie uit te kleden tot studentenbaantje.
Het was een 'natuurlijk monopolie'. De posterijen waren in 1799 al genationaliseerd om ervoor te zorgen dat iedereen tegen een uniforme prijs zijn post bezorgd kreeg. Indien dat aan particuliere bedrijven zou worden overgelaten, zou de bezorging in steden goedkoper zijn dan op het platteland. Dat gold ook voor de aanleg van het telefoonnet - eerst met draadjes boven en later onder de grond.
In de jaren tachtig kwamen er kabelnetwerken en satellietdiensten voor spraak-, en de fax en pc's voor berichtenverkeer. Ineens was het monopolie minder natuurlijk geworden. Maar de werkelijke reden om het op te heffen waren de overheidstekorten. Die konden door de uitverkoop van staatsbedrijven snel worden verminderd. De Amerikaanse president Reagan en de Britse premier Thatcher hadden het wondermiddel van de marktwerking gepropageerd. Nadat zij AT&T en British Telecom met miljardenopbrengsten naar de beurs hadden gebracht, begon ook Den Haag te watertanden.
Eerst werd besloten de RPS en Girodienst te privatiseren als de Postbank. In 1989 werd onder topman Wim Dik - 'nu gaan we de kalk opvegen en de matjes terugleggen' - de PTT verzelfstandigd en in stukjes naar de beurs gebracht. In twintig jaar werden die stukjes zoals KPN?Telecom door de marktkrachten grondig met de hakbijl bewerkt of zoals TNT Post verder opgedeeld. Wat straks aan scherven resteert zal mogelijk ooit weer door de staat worden opgeveegd.
(22-4-2011)


Wordt het niet tijd voor een wereldmunt?


De dollar en de euro worden niet meer vertrouwd. Goud is er onvoldoende. Misschien is een wereldmunt de uitkomst.

Net zoals Esperanto geen wereldtaal is geworden, zijn de bijzondere trekkingsrechten (Special Drawing Rights, of SDR's) van het Internationaal Monetair Fonds nooit een wereldvaluta geworden. Maar nu het vertrouwen in zowel de dollar als de euro afneemt, wordt bijna gesmeekt om een nieuw reservevaluta.
Afgelopen maandag verlaagde Standard & Poor's het vooruitzicht van de Amerikaanse staatsobligaties van stabiel naar negatief. De beroemde nationale schuldklok op Times Square in New York heeft inmiddels de stand overschreden van 14,3 biljoen dollar - 2.200 dollar per aardbewoner. Elke minuut komt daar één miljoen bij. Het is wachten totdat de zaak een keer ontploft. Vergeleken bij een dergelijke tsunami zou de crisis van 2008 een rimpeling in de oceaan zijn.
De wereld zit nu eenmaal tot aan zijn nek in de dollars. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het de internationale reservevaluta. Er zijn oliedollars en eurodollars. De deviezenvoorraden van centrale banken bestaan uit dollars. Alleen al China heeft 3 biljoen aan dollars in reserve. Indien de wereld die gaat afstoten valt de koers zo diep dat de 21ste eeuw de terugkeer naar het stenen tijdperk inluidt. De Amerikanen houden met die dreiging de wereld in gijzeling. In tegenstelling tot de Grieken of Portugezen kunnen ze eindeloos doorgaan met handels- en begrotingstekorten.
Daarnaast is er niets anders om de dollars tegen om te wisselen. De euro heeft zijn eigen problemen. Van Zwitserse franken of Japanse yens zijn onvoldoende liquiditeiten beschikbaar. Er is een bijna desperaat lijkende vlucht naar goud waarvan de prijs de barrière van 1.500 dollar heeft overschreden.
Begin deze maand hebben achttien vooraanstaande economen, onder wie Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, een oproep gedaan aan de G20 en het IMF om op grote schaal SDR's te propageren als nieuwe internationale reservevaluta. Het IMF heeft de SDR's in 1969 op de markt gebracht als alternatief voor goud. De waarde is gebaseerd op een mandje van diverse valuta's en is daardoor veel stabieler. Maar SDR's hebben nooit een grote vlucht genomen, terwijl de wens voor een wereldvaluta al lang leeft. Zeventig jaar geleden opperde de econoom John Maynard Keynes het idee voor een wereldmunt die hij de bancor noemde. Maar in de aanloop van het beroemde akkoord van Bretton Woods in 1944 kwamen de Amerikanen met een eigen plan voor een wereldmunt - de unitas - uit angst dat de bancor slechts bedoeld was als middel om het Britse imperium in de oude luister te herstellen. Uiteindelijk bleef er niets anders over dan de dollar. En die hangt nu als een zwaard van Damocles boven de wereld.
(21-4-2011)


Is beëindigen tv-productie een heldendaad?


Philips maakte negentig jaar televisies. Nu geeft het concern het op en mag TPV het doen. Dat is erg gemakkelijk.

De nieuwe Philips-topman Frans van Houten is door beleggers bij zijn eerste optreden al op het schild gehesen. Het besluit om de televisieproductie af te stoten is door beleggers als krachtdadig leiderschap geprezen. ING kwam meteen met een koopadvies voor het aandeel. Een Rabo-analist sprak van 'een heel sterk begin'. Eindelijk is Philips verlost van een bedrijfstak die het concern de afgelopen jaren zoveel verliezen opleverde. Gerard Kleisterlee die de boel had laten versloffen, is vertrokken.
De koning is dood, leve de koning.
In januari lanceerde Philips nog drie series nieuwe televisies met NetTV-platform die naast 15?duizend films ook diensten als Vudu, Facebook, Twitter, NetFlix, Blockbuster en Filmfresh aanbieden. Verder kunnen 3D-beelden via active shutter-technologie worden weergegeven. Voor buitenstaanders mag het technisch abracadabra zijn, als kijker moet je het idee hebben tijdens de Tour-uitzendingen zelf met 80 kilometer per uur de bergen af te dalen.
'We zitten al negentig jaar in de televisieproductie. We zijn een van de meest bekende en gewaardeerde merken. Dat we dit na negen decennia niet meer kunnen, is onzin. Productvernieuwing en goede marketing, daar gaat het om', zo zou je verwachten van een nieuwe manager.
Maar tegenwoordig moeten managers verliesgevende activiteiten zo snel mogelijk beëindigen omdat ze anders 'dooretteren in het hele concern'. De tv-productie wordt overgeheveld naar een joint venture met TPV, een in Bermuda geregistreerd bedrijf dat kantoor houdt in Hongkong en tv's vooral in China laat maken. Die krijgt een belang van 70 procent in de joint venture en Philips 30 procent. Over enkele jaren kan TPV de rest overnemen.
TPV verkocht vorig jaar 14,1 miljoen lcd-televisies. Het bedrijf behaalde een winst van 161 miljoen dollar. De marges zijn ook daar laag. Maar dankzij nieuwe technologie denkt TPV de productie in enkele jaren te kunnen opvoeren tot 20 miljoen 3D-televisies en 40 miljoen tv's met internetaansluiting. Kortom, TPV ziet een grote groeimarkt.
Philips opereert in tweehonderd landen in de wereld. Ergens moet daar toch ook een plekje te vinden zijn waar eigen lcd-televisies kunnen worden gemaakt voor een concurrerende prijs.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd Philips geconfronteerd met de opkomst van de machtige Japanse elektronica-industrie die het concern het vuur na aan de schenen legde. Philips toonde zijn spierballen. Fabrieken werden verplaatst naar lagelonenlanden, er werd gelobbyd in Brussel voor antidumpingprocedures, er werd extra geïnvesteerd in R&D en het merk werd als cool aangeprijsd. Nu gooit Philips de handdoek in de ring en wordt er luid geapplaudisseerd.
(20-4-2011)


Waarom mogen de PIG's niet failliet gaan?


Een bankroet van Griekenland lijkt onontkoombaar. Daar zullen niet alleen de Grieken de gevolgen van ondervinden.

Het lijkt zo simpel: wie zijn rekening niet kan betalen, gaat bankroet. Dat geldt voor natuurlijke personen, voor bedrijven en moet dus ook voor landen gelden. De eurozone is een kapitalistisch economisch bolwerk, daar gelden dus ook kapitalistische wetten.
Landen hoeven niet eens bang te zijn dat de schuldeisers door een internationale deurwaarder de wijnvoorraden van de boeren, de onderzeeërs van de marine of de breedbeeldtelevisies van de burgers komen opeisen. Een faillissement leidt hoogstens tot een verlies van vertrouwen, niet van bezittingen. Een land als Argentinië is vijf keer failliet gegaan: in 1828, 1890, 1982, 1989 en 2001. En ze dansen daar nog steeds de tango.
Het blad The Economist pleit net als veel Angelsaksische economen al enige tijd voor een faillissement van de zogenoemde PIG's (Portugal, Ierland, Griekenland). Met hun heldhaftige bezuinigingsplannen spannen ze volgens het blad het paard achter de wagen, omdat hierdoor de groei wordt ondermijnd en ze in een negatieve spiraal raken. De enige oplossing is schoon schip te maken door de uitstaande obligatieleningen af te stempelen. Nu vindt een voormalig Grieks premier dat een bankroet ook de enige oplossing is.
De totale staatsschuld van de drie landen bedraagt ongeveer 750?miljard euro. Volgens de laatste cijfers van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) is daarvan 250 miljard in handen van buitenlandse banken. Als de waarde van die leningen met eenderde wordt teruggebracht, zullen de eigen banken in de drie landen 167 miljard moeten afschrijven en de buitenlandse banken (vooral Duitse en Franse) 83 miljard.
De banken in die landen zullen zeker omvallen. Zodra Griekenland bankroet gaat, zal de ECB de geldkraan dichtdraaien. De vraag is wat dat betekent voor de andere banken in de eurozone die ook nog in fragiele toestand verkeren. Als de crediteuren van banken die een portefeuille hebben met staatspapier uit de PIG's, hun tegoeden massaal gaan weghalen, leidt de eurocrisis weer tot een nieuwe internationale bankencrisis.
Verder zullen internationale beleggers zich van de eurozone afkeren, omdat ze vrezen dat een vierde land heel snel deze stap neemt als er al drie zijn voorgegaan. Daarnaast zal een afstempeling betekenen dat landen als Nederland verliezen moeten gaan nemen op de afgegeven staatsgaranties en de ECB op het opgekochte staatspapier.
Uiteraard kunnen de Grieken na een faillissement de sirtaki blijven dansen. Maar ze riskeren niet alleen een staatsgreep, zoals een Italiaanse ECB-directeur vreest, ze zullen ook de rest van de eurozone in een nieuwe crisis storten.
(19-4-2011)


Krijgen we weer een zeeppoederoorlog?


Procter & Gamble en Unilever moeten 315 miljoen boete betalen na Duits verraad van een prijsafspraak. Wie zint er straks op wraak?

Toen de STER nog in de kinderschoenen stond en de afstandsbediening nog niet was uitgevonden, werd de kijker er gek van: de spots waarmee producten werden aangeprezen die witter dan wit wasten. Omo, Ariel, Dixan, Dash, Persil, All, Dobbelman en Witte Reus. Iedereen droeg nog wit ondergoed, sliep onder witte lakens en feestte in een witte blouse of wit overhemd. De filosofie van de reclamemakers was dat elke burger een spot zes keer moest zien voordat geloofd zou worden dat een product witter zou wassen.
Wat de cola-oorlogen waren voor de VS, waren de waspoederoorlogen voor Nederland. Het verschil was dat dit gevecht zich afspeelde tussen drie multinationals: het Amerikaanse Procter & Gamble, het Brits-Nederlandse Unilever en het Duitse Henkel, die naast hun A-merken (respectievelijk Ariel, Omo en Persil) ook verschillende B-merken hadden.
Het propere, kostenbewuste volkje bood een ideaal slagveld. In de concurrentiestrijd was alles toegestaan: van prijzenslagen tot bedrijfsspionage en het stelen van elkaars reclame-uitingen bij drukkerijen. Maar het enige wat echt werkte om de marktaandelen te verhogen zouden technische verbeteringen zijn.
In 1982 brengt Procter & Gamble een vloeibaar wasmiddel op de markt onder de naam Vizir. Het Amerikaanse bedrijf gooit er het grootste reclamebudget ooit tegenaan. Henkel volgt met een eigen vloeibaar middel, Sil. Maar eind 1983 veegt VARA's Konsumentenman Frits Bom de twee wasmiddelen van tafel, nadat de STER-spots wegens misleiding zijn verboden.
Begin negentig breekt de 'vuile oorlog' uit. Unilever introduceert het nieuwe Omo Power, dat zelfs met lage temperaturen alle vlekken wegwerkt dankzij het wondermiddel accelerator. Honderd wetenschappers hebben eraan gewerkt en driehonderd patenten zijn erop aangevraagd.
Procter & Gamble zet meteen de tegenaanval in. Eerst door het woord Power ook achter het eigen waspoeder Ariel te zetten. Daarna worden foto's verspreid waarin Omo Power als textielverdelger wordt neergezet. Unilever is woest. Maar een rechtszaak wordt ingetrokken als TNO het gelijk van de Amerikaanse fabrikant aantoont. De schadepost is 300 miljoen euro.
De concerns moeten toen al bedacht hebben dat het toch slimmer zou zijn de koppen bij elkaar te steken. En toen ze een keer overlegden over duurzamere en kleinere verpakkingen, werd meteen afgesproken voorlopig rust aan het prijzenfront te betrachten. Dat het Duitse Henkel het kartel zes jaar later in Brussel verraadde en daardoor vrijuit ging, zal bij de twee andere veel kwaad bloed hebben gezet. Oud zeer is er genoeg.
(15-4-2011)


Ook de bonussen van voetballers aanpakken?


Bankiers die werken bij instellingen die staatssteun krijgen, mogen geen bonus meer krijgen. Maar voetbalclubs worden ook door de staat gesteund

Bankiers zijn dankbare zondebokken. Wie hun de bonussen ontzegt, zoals minister De Jager van Financiën, kan op grote instemming van het volk rekenen.
Bankiers die werken bij financiële instellingen die staatssteun of staatsgaranties hebben gekregen, voelen zich door deze maatschappelijke verontwaardiging zelfs gedwongen bonussen terug te storten.
Hoe groot de onvrede onder de fans ook is, in het voetbal is nog nooit een cent teruggestort. Daar is staatssteun geen uitzondering zoals bij banken, maar regel. Geen politicus of analist roept dat hier nu eens een einde aan de bonussen moet worden gemaakt.
NRC Handelsblad meldde zaterdag dat 33 gemeenten voor 235 miljoen euro risico lopen vanwege hun betrokkenheid bij profvoetbalclubs: 130 miljoen euro belastinggeld zit in stadions, 78 miljoen in leningen en 27 miljoen in bankgaranties. Een fiks deel van deze steun is ook nog illegaal. De Europese Commissie onderzoekt zelfs of de steun aan clubs als Vitesse, NEC, MVV en Willem II niet in strijd is met de Europese regels.
Deze bedragen zijn nog maar een klein deel van het overheidsgeld dat in voetbalclubs wordt gestoken. Indirect wordt er ook nog heel wat steun aan clubs gegeven, bijvoorbeeld door de inzet van de politie; minimale schatting 10 miljoen. De NOS betaalt 16 miljoen euro per seizoen voor het uitzenden van de samenvattingen van eredivisiewedstrijden en een ongeveer even hoog bedrag voor de wedstrijden in de Champions League. En voor een deel komt het geld voor de publieke omroepen uit de staatskas.
Clubs die op de een of andere wijze staats- of gemeentesteun krijgen, zouden geen variabele beloningen als winstpremies of andere bonussen aan hun spelers mogen uitkeren totdat de schulden zijn afgelost. Daar hoeft niet over te worden geklaagd. Succesvolle voetballers krijgen vorstelijke basissalarissen, waardoor ze binnen tien jaar financieel onafhankelijk zijn.
Er is nog een reden waarom bonussen in het voetbal zo kwalijk zijn. Profvoetballers zijn met hun coaches de enige beroepsgroep met een korter blikveld dan op bonus azende bankiers. Bij de geringste teleurstelling verlaten ze het zinkende schip.
Niemand hoeft bang te zijn dat het voetbal onder een bonusverbod zal lijden. Dzsudzsák of Ruiz schieten de bal echt niet hoog over omdat er geen winstpremie in het verschiet ligt. Integendeel, voetballers bezweren de televisiekijkers altijd dat het om de schaal en beker te doen is. Nu moeten er alleen nog parlementariërs opstaan die in een debat met minister De Jager een verbod op voetbalbonussen eisen.
(14-4-2011)


Gaat de achterdeur op een kier voor Antonov?


Sale-and-leaseback heeft niet alleen tot doel snel cash binnen te halen. Er kunnen ook oneigenlijke doelen mee worden gerealiseerd.

Sale-and-leaseback wordt in Nederland eerder met besmuikte affaires dan met slimme constructies in verband gebracht. Nu Spyker overweegt uit financiële nood de Saab-fabriekshallen en -terreinen te verkopen en terug te huren, lijkt het jongensboek van Victor Müller snel te worden dichtgeslagen. Misschien is het eerste hoofdstuk van een schelmenroman met Vladimir Antonov al geschreven.
Sale-and-leaseback is een in de jaren tachtig uit de VS overgewaaide constructie die bedrijven op korte termijn geld in het laatje bracht, maar op de lange termijn de winst drukte. In de jaren negentig bedacht de Rabobank, die een rol wilde meespelen in de haute finance, een Nederlandse variant: de technolease. Hiermee wilde de bank een helpende hand toesteken aan Philips en Fokker - toentertijd twee concerns die het buitengewoon moeilijk hadden. In plaats van het vastgoed werden de octrooien en technische kennis (de zogenoemde immateriële activa) aangekocht en weer terug verhuurd.
Hiervoor werd een ingenieuze constructie uitgedacht die niet alleen Philips en Fokker aan cash moest helpen, maar ook de Rabobank een fiscaal douceurtje van honderden miljoenen moest opleveren. De schoenendoos met patenten en octrooien van Philips en Fokker werden eerst in twee door de bedrijven zelf gefinancierde bv's met de namen Electrologica en Brainspin ondergebracht. Die vennootschappen werden doorverkocht aan de Rabo die een gedeelte van de belastingen kon aftrekken.
De fiscus stemde in met de financiële goocheltruc - tegen de wil van staatssecretaris van Financiën Van Amelsvoort, die pas na een rondje wandelen rond de Hofvijver bezweek voor de druk van premier Lubbers en minister Andriessen van Economische Zaken. In 1997 maakte de Algemene Rekenkamer er gehakt van en stelde de Europese Commissie een onderzoek naar ongeoorloofde staatssteun in. In 2000 bloedden de beide onderzoeken dood.
Bij Spyker beperkt de sale-and-leaseback zich ogenschijnlijk tot een rechttoe rechtaan verkoop en weer terughuren van het vastgoed. Maar ook hier lijkt sprake van een verborgen agenda. Als Saab omvalt lijken de fabriekshallen en machines in een afgelegen oord als Trollhättan vooral van industrieel archeologische waarde. Daarnaast is het ook nog in onderpand van de Zweedse staat.
Het enige motief voor de nu beoogde koper Vladimir Antonov zou kunnen zijn zelf een poging te wagen een autobedrijf te beginnen. Vanwege zijn banden met de maffia was hij tot nu toe door de Zweedse staat van de onderhandelingen uitgesloten, maar via de achterdeur komt hij dan alsnog binnen. Nu de productie al dagenlang stilligt, staat bij de Zweedse overheid het mes op de keel.
(13-4-2011)


Hebben IJslanders geen gewetenswroeging?


De IJslanders hebben voor de tweede keer neen gezegd tegen het Icesave-akkoord. Daar hoeven ze zich niet voor te schamen.

De kwestie zou ook kunnen luiden: hebben de voormalige DSB-spaarders gewetenswroeging ten opzichte van de Rabospaarders die ervoor hebben moeten opdraaien dat zij zo roekeloos zoveel geld aan Dirk Scheringa toevertrouwden?
Misschien moet daar een referendum over worden gehouden. De gewetensnood moet groot zijn, want iedere ex-spaarder bij DSB kent persoonlijk wel iemand die heeft moeten bloeden voor zijn of haar verliezen. De rekeninghouders van de ING, Rabo, ABN Amro, SNS, ASN en andere banken hebben tenslotte een half miljard euro op tafel moeten leggen - de schade die 200 duizend Nederlandse spaarders leden omdat zij waren bezweken voor de lokkende advertenties met riant lijkende rendementen van de DSB. Zo zit het depositogarantiestelsel in elkaar.
Weliswaar is de schade betaald door De Nederlandsche Bank, maar die heeft de rekening via het omslagstelsel weer bij de andere banken gelegd. Rabo-topman Piet Moerland had er grote moeite mee dat hij 200 miljoen van de winst had moeten afschrijven omdat DSB onverantwoorde risico's had genomen. Anders had hij misschien 0,1 procentpunt meer op een spaarrekening kunnen bieden. Een moral hazard noemde hij het vorig jaar.
De IJslanders moeten opdraaien voor de schade van inhalige spaarders die ze niet eens kennen. Dat kost ze liefst 12 duizend euro per inwoner.
Stel dat de ING niet met staatssteun was gered en ten onder was gegaan. De spaarders van ING Direct in Spanje zouden hun geld kwijt zijn geweest. De Spaanse centrale bank zou de eigen spaarders meteen hebben gecompenseerd. Maar daarna zouden de Spanjaarden dat krachtens een verdrag hebben willen terugvorderen van de Nederlandse staat, want je levert niet twee keer de Zilvervloot uit.
Hadden wij als volk eerst deze ereschuld aan de Spanjaarden willen afbetalen, voordat geld zou zijn overgemaakt aan de slachtoffers van de aardbeving in Haïti, het redden van de zeehondjes in de Waddenzee of meer blauw op straat?
De populistische politici die nu ongeveer de oorlog hebben verklaard aan de IJslanders, zouden dan vermoedelijk het omgekeerde standpunt hebben ingenomen.
Eigenlijk is het verbazend dat de IJslandse regering best de verantwoordelijkheid wil nemen voor het gedrag van de cowboy-bankiers en een schadeloosstellingsregeling heeft getroffen waarbij ook nog een rente van 3,3 procent is beloofd. Dat vier van de tien IJslanders op een zaterdag naar de stembus gaan om daar hun fiat aan te geven, is een ongekende daad van hoffelijkheid die zou moeten worden beloond met een Nobelprijs.
(12-4-2011)